Oefeningen:Beschrijvende statistiek

Uit Systeemmodellering
Versie door PieterBots (overleg | bijdragen) op 6 nov 2020 om 12:47
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Oefeningen bij het artikel Beschrijvende statistiek

Herhalingsvragen

  1. Welke vier statistieken zeggen iets over de spreiding van een gegevensverzameling?
  2. Wat is het verschil tussen de mediaan en de modus?
  3. Welke statistiek is per definitie gelijk aan het 50e percentiel van een gegevensverzameling?

Meerkeuzevragen

  1. Welke van de volgende twee uitspraken zijn waar?
    (i) Van de waarnemingenreeks ( 1, 2, 3, 3, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 ) is 4 de modus.
    (ii) Hoe groter de variantie, des te groter de standaardafwijking.
    Alleen (i) is waar.
    Alleen (ii) is waar.
    Zowel (i) als (ii) is waar.
    Noch (i) noch (ii) is waar.
  2. Wat is de mediaan van de waarnemingsreeks ( 1, 4, 1, 5, 7, 2, 9, 2, 1, 3 )?
    1
    2
    2,5
    3,5
  3. Als V1 en V2 gegevensverzamelingen zijn met exact hetzelfde gemiddelde μ, maar verschillende varianties σ1 en σ2, waarbij σ1 < σ2.
    Welke van de volgende twee uitspraken zijn dan zeker waar?
    (i) Het maximum van V1 is kleiner dan het maximum van V2 .
    (ii) V1 bevat meer elementen dan V2.
    Alleen (i) is waar.
    Alleen (ii) is waar.
    Zowel (i) als (ii) is waar.
    Noch (i) noch (ii) is waar.

Oefenopgaven